Statenjachten in de 17e en 18e eeuw
Tijdens de 80-jarige oorlog werden platbodem oorlogsschepen ingezet tegen de grote Spaanse galjoenen. De kleinere, wendbare en snelle jagers waren met name in de kustwateren en tussen de Zeeuwse eilanden veel effectiever dan de grote en logge zeeschepen. De Nederlandse bevelhebbers voeren in een luxer ingericht, extra rijk versierd maar verder identiek oorlogsjacht.

Alternatief voor de koets
Na de oorlog bleven de luxe statenjachten populair voor het vervoer van vooraanstaande personen over de ondiepe Hollandse wateren. Nederland had toen al een goede natte infrastructuur en een statenjacht was een comfortabel vervoermiddel. Zeker in vergelijking met een hotsende koets over onverharde wegen.


Dienstvaartuigen voor regenten
De naam ‘statenjacht’ geeft aan dat deze schepen in gebruik waren bij de Staten van Holland, Friesland en Zeeland. Maar ook de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de Admiraliteiten hadden statenjachten. De rijke eigenaren en aandeelhouders gebruikten deze luxe scheepjes om het contact tussen de grotere zeegaande schepen en de wal te onderhouden. Zij werden daarom ook wel ‘compagniesjacht’ of ‘admiraliteitsjacht’ genoemd. Aanvankelijk waren het dienstvaartuigen, maar in de 18e eeuw schaften rijke kooplieden zich ook statenjachten aan als vervoermiddel of louter voor de pleziervaart.

De originele statenjachten van Utrecht
Stad en Staten van Utrecht hadden zelf statenjachten in bezit van 1665 tot 1860. Deels waren het binnenvaartschepen of trekjachten, gebruikt voor inspectiereizen binnen het grondgebied en voor het vervoer van de autoriteiten naar vergaderingen of ontvangsten. De schepen werden bovendien aan particulieren verhuurd. Zoals nu dus ook met Statenjacht ‘de Utrecht’ gebeurt, als het wordt ingezet voor ontvangsten, bedrijfsevenementen of als trouwlocatie.